Waarom zorgcommunicatie vaak mislukt voordat de pers wordt benaderd

Waarom zorgcommunicatie vaak mislukt voordat de pers wordt benaderd

Rob Lagendijk

Rob Lagendijk

25 juli 2026

De meeste communicatieproblemen in de zorg ontstaan voordat er een journalist is gebeld.

Ze beginnen wanneer een besluit wordt genomen zonder dat duidelijk is wat het voor patiënten betekent. Wanneer afdelingen ieder een deel van het antwoord hebben. Of wanneer een digitale toepassing wordt ingevoerd, maar niemand precies kan uitleggen wie verantwoordelijk blijft als de technologie tekortschiet. Pas later komt de communicatieafdeling aan tafel.

Er is een nieuwe behandeling, samenwerking, onderzoeksuitkomst of innovatie. De boodschap moet worden aangescherpt, de pers benaderd en het verhaal zichtbaar gemaakt. Maar op dat moment is een belangrijk deel van de reputatie al gevormd. Niet door wat er in een persbericht staat, maar door wat mensen daarvoor hebben ervaren.

Als patiënt ben ik anders naar zorgcommunicatie gaan kijken. Na mijn hersenvliesontsteking volgden jaren van onderzoeken, controles en revalidatie. Ik kreeg te maken met verschillende specialisten, afdelingen en vormen van ondersteuning. In die periode merkte ik hoeveel verschil communicatie kan maken, ook wanneer de medische zorg inhoudelijk goed is.

Een gesprek kan duidelijkheid geven en tegelijkertijd nieuwe onzekerheid oproepen. Een uitslag kan medisch correct worden uitgelegd, terwijl je nog steeds niet begrijpt wat die uitslag voor je dagelijks leven betekent. Een afspraak kan zorgvuldig verlopen, maar eindigen zonder een helder antwoord op de vraag wie het vervolg bewaakt.

Dat betekent niet automatisch dat iemand zijn werk niet goed doet. Zorg is complex. Professionals werken onder hoge druk. Informatie is verdeeld over mensen en systemen. Niet iedere vraag kan direct worden beantwoord. Soms bestaat de zekerheid waar een patiënt naar zoekt eenvoudigweg nog niet. Maar juist wanneer zekerheid ontbreekt, wordt communicatie belangrijker.

Als patiënt luister je niet alleen naar medische feiten. Je probeert te begrijpen wat die feiten voor je leven betekenen. Kan ik blijven werken? Gaat dit nog veranderen? Wat kan ik zelf doen? Wie houdt het overzicht? Wanneer hoor ik meer?

Niet iedereen stelt dezelfde vragen of wil evenveel informatie. Goede communicatie vraagt daarom niet alleen om uitleg, maar ook om het vermogen te ontdekken wat iemand nodig heeft om de situatie te begrijpen en een volgende stap te kunnen zetten.Dat is minder vanzelfsprekend dan het klinkt.

Onderzoek van Nivel laat zien dat gezondheidsvaardigheden niet alleen iets zeggen over wat een patiënt zelf kan. Ook de zorgomgeving kan informatie onnodig ingewikkeld maken. Medisch jargon, complexe procedures en onvoldoende controle op begrip vergroten de afstand tussen wat een professional vertelt en wat een patiënt daadwerkelijk begrijpt. Begrijpelijke taal is daarom geen cosmetische verbetering achteraf. Ze is onderdeel van goede zorg. Maar taal alleen is niet genoeg.

Een patiënt heeft weinig aan een heldere folder wanneer verschillende afdelingen tegenstrijdige verwachtingen wekken. Een zorgverlener kan moeilijk eenduidig communiceren wanneer gegevens ontbreken of verantwoordelijkheden onduidelijk zijn. En een communicatieafdeling kan geen geloofwaardig verhaal over patiëntgerichtheid bouwen wanneer patiënten nauwelijks zijn betrokken bij de ontwikkeling van een dienst.

Daar raken interne zorgervaring en externe reputatie elkaar. Reputatie ontstaat niet alleen tijdens een interview met een bestuurder. Ze wordt gevormd in een afspraakbevestiging, een overdracht, een patiëntenportaal, een wachttijd en een gesprek waarin iemand wel of niet begrijpt wat de volgende stap is. Ieder van die momenten geeft betekenis aan de beloften die een organisatie naar buiten brengt.

De verdere digitalisering van de zorg maakt dit vraagstuk urgenter. Nivel constateerde dat zorgverleners veel vaker dan zorggebruikers aangaven dat gezamenlijk was besloten of een afspraak digitaal of fysiek zou plaatsvinden. Een organisatie kan dus denken dat zij samen beslist, terwijl de patiënt diezelfde keuze niet als gezamenlijk ervaart. De technologie kan functioneren en de communicatie kan feitelijk correct zijn. Toch kan de werkelijkheid afwijken van het verhaal dat de organisatie over zichzelf vertelt.

Voor healthtechbedrijven geldt hetzelfde. Een platform kan technisch vernieuwend zijn, maar patiënten moeten kunnen begrijpen wat er met hun gegevens gebeurt. Zorgverleners moeten weten wat het systeem van hen vraagt en wat het werkelijk oplevert. Bestuurders moeten kunnen beoordelen of de toepassing veilig, uitvoerbaar en van aantoonbare waarde is.

Sinds maart 2025 is bovendien de European Health Data Space van kracht. Deze Europese verordening moet burgers stapsgewijs meer toegang tot en zeggenschap over hun elektronische gezondheidsgegevens geven. Daarmee zijn gegevensbeschikbaarheid, veiligheid en verantwoordelijkheid niet langer alleen onderwerpen voor juristen en technische specialisten. Ze bepalen mede of mensen een zorginnovatie kunnen vertrouwen.

Transparantie betekent niet dat ieder technisch detail in een publieksverhaal moet staan. Het betekent wel dat onzekerheden, risico’s en nog onbewezen aannames niet worden verstopt achter woorden als innovatie, persoonlijk of slim. Dat maakt een verhaal niet zwakker. Het maakt het geloofwaardiger.

Zorgcommunicatie zou daarom eerder moeten beginnen. Niet bij de vraag welke boodschap naar buiten moet, maar bij drie vragen die daaraan voorafgaan. Wat ervaren patiënten en professionals werkelijk? Welke beloften kunnen we aantoonbaar waarmaken? Wat moeten we verbeteren voordat brede zichtbaarheid verstandig is?

Voor mij begint PR voor zorg en gezondheid daarom niet bij publiciteit, maar bij de vraag of inhoud, ervaring en verwachting voldoende met elkaar overeenkomen. Dat is ook het vertrekpunt van PulsPR. Eerst zorgen dat het verhaal klopt. Daarna bepalen wie het moet horen en waarom. Publiciteit vergroot namelijk wat er al aanwezig is.

Wanneer bewijs, ervaring en boodschap op elkaar aansluiten, kan aandacht bijdragen aan vertrouwen en groei. Wanneer de belofte en de praktijk uiteenlopen, maakt diezelfde aandacht de afstand vooral zichtbaarder. De belangrijkste vraag vóór een persbericht is daarom niet: Hoe zorgen we dat mensen dit verhaal geloven?

De betere vraag is:

Hebben we voldoende gedaan om dit verhaal geloofwaardig te maken?

Blijf gezond

R | L

Herken je jezelf of je organisatie in dit verhaal? Dan maak ik graag kennis.

Plan een kennismaking